Fawning

Begin volgend jaar verschijnt een special van een bekend damesblad over pleasegedrag, waaraan ik ook een bijdrage mocht leveren. Pleasegedrag wordt fawning genoemd. De term werd geïntroduceerd door therapeut Pete Walker en beschrijft pleasegedrag als overlevingsstrategie: jezelf onschadelijk maken om veilig te blijven. De term komt van het Engelse woord fawn, dat “hertje” of “babyhert” betekent, omdat jonge herten bij dreiging de neiging hebben om zich klein, meegaand en ongevaarlijk te gedragen om zichzelf in veiligheid te brengen.

Fawning is geen bewuste keuze. Het is een automatische reflex van je zenuwstelsel die actief wordt wanneer vechten of vluchten geen optie is. Je lichaam kiest dan razendsnel de strategie die het minste gevaar oplevert: meegaand zijn, vriendelijk doen, je aanpassen. Soms zelfs charmant of grappig, terwijl je van binnen boos, verdrietig of gespannen bent.

Fawning wordt vaak al vroeg in het leven ontwikkeld. Als je als kind leerde dat emoties tonen, grenzen stellen of je eigen mening geven spanning, afwijzing of straf opleverde, was meebewegen de veiligste optie. Je ontdekte dat hoe minder je opvalt, hoe minder risico je loopt.

Dat patroon zet zich vaak ongemerkt voort in volwassen relaties, op het werk en in vriendschappen. Je voelt feilloos aan wat een ander nodig heeft en past je daarop aan – soms nog voordat iemand het zelf weet. Je houdt alle ballen hoog, niet alleen die van jezelf, maar vooral die van anderen. Je anticipeert, regelt, vangt op en voorkomt dat er iets misgaat, strijd ontstaat of dat je afgewezen wordt.

Je kunt er zelfs ziek van worden. Dit omdat het zoveel energie kost, die permanente alertheid en het niet kunnen zorgen voor je eigen behoeften. Fawning lijkt sociaal wenselijk gedrag – wie wil er nu niet aardig gevonden worden? – maar je lichaam staat in de overlevingsstand. Je zenuwstelsel blijft scannen op gevaar, ook als er geen directe dreiging is.

Die constante alertheid putten je reserves uit. Op de lange termijn kan dit leiden tot:

  • Lichamelijk: chronische vermoeidheid, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, slaapproblemen, hormonale verstoringen, verzwakt immuunsysteem.
  • Mentaal: burn-out, angststoornissen, depressieve klachten, prikkelbaarheid, concentratieproblemen.
  • Sociaal/emotioneel: verlies van eigen identiteit, moeite met grenzen stellen, gevoelens van leegte of zinloosheid.

Voorbeelden

Op het werk

Je leidinggevende vraagt of je op vrijdagmiddag nog even een presentatie wilt afmaken die pas maandag nodig is. Je zegt “tuurlijk, geen probleem” terwijl je van binnen baalt omdat je je kinderen had beloofd om die middag samen iets leuks te doen. Je schuift je eigen plannen opzij om geen ‘last’ te zijn.

In relaties

Je partner wil iets waar jij geen zin in hebt. Je zegt toch ja, om discussie te vermijden. Je glimlacht en doet gezellig mee, terwijl je eigenlijk liever ergens anders was.

In het gezin

Je puber vergeet voor de derde keer zijn sporttas mee te nemen. In plaats van hem zelf de consequentie te laten ervaren, breng jij de tas na in je lunchpauze – met het gevoel dat je daarmee problemen voorkomt. Ondertussen ben je te moe om je eigen lunch te eten.

Met vrienden

Een vriendin belt onverwacht en vraagt of je vanavond kunt komen helpen met verhuizen. Je had je verheugd op een rustige avond, maar zegt toch ja – bang dat ze teleurgesteld raakt of denkt dat je haar niet steunt.

Waarom het zo lastig is om te stoppen

Fawning voelt vaak als een tweede natuur. Het levert op korte termijn voordelen op: minder conflict, meer waardering, minder spanning in het contact. Maar de prijs is hoog: je eigen behoeften verdwijnen naar de achtergrond en je lichaam leeft continu in spanning. Omdat het vaak sociaal geaccepteerd gedrag is, blijft het lang onzichtbaar. Je omgeving ziet vooral de vriendelijke, loyale, zorgzame kant. Jijzelf merkt pas dat er iets mis is als je uitgeput raakt, lichamelijke klachten krijgt of het gevoel hebt jezelf kwijt te zijn. Fawning is ooit ontstaan om je te beschermen. Het zegt niets over je kracht of waarde – het laat juist zien hoe creatief je systeem is geweest in het vinden van veiligheid.

Wat kun je doen als je het herkent?

1. Bewustwording ontwikkelen

Sta stil bij momenten waarop je automatisch instemt. Vraag jezelf af: doe ik dit omdat ik het wil, of omdat ik bang ben voor spanning of afwijzing?

  • Je zegt vaak ‘ja’ terwijl je van binnen ‘nee’ voelt.
  • Je voelt spanning of ongemak bij het stellen van grenzen.
  • Je merkt dat je energie weglekt in het zorgen voor of pleasen van anderen.
  • Je anticipeert voortdurend op wat de ander wil of verwacht.
  • Je voelt je schuldig als je voor jezelf kiest.

2. Luisteren naar je lichaam

Fawning is een reactie van het zenuwstelsel. Let op signalen: gespannen schouders, druk op de borst, oppervlakkige ademhaling, knoop in je maag. Dit zijn vaak de eerste tekenen dat je veiligheid zoekt door je aan te passen.

3. Oefenen met kleine grenzen

Begin klein. Kies een situatie met weinig risico en zeg ‘nee’. Merk wat er gebeurt – niet alleen in de reactie van de ander, maar ook in je eigen lijf. Zo leert je zenuwstelsel dat grenzen stellen niet altijd gevaar betekent.

4. Herstellen van energie

Omdat fawning uitputtend is, is herstel ontzettend belangrijk. Plan momenten waarop je alleen bent, zonder input van anderen. Doe iets wat je oplaadt en waarbij je geen rekening hoeft te houden met iemand anders.

5. Veiligheid opbouwen

Fawning verdwijnt niet door wilskracht, maar door het ervaren van veiligheid. Dat kan in relaties waarin je wordt gezien en gehoord, in therapie of coaching, of door zelf te oefenen met situaties waarin je jezelf mag laten zien zonder consequenties.

Meer lezen? Bekijk ook eens:

De derde hypothese

20/08/2026

Toeval bestaat | ChatGPT 5.6 Sol

17/08/2026

Hoe weet je wat je denkt te weten?