Zintuigen en prikkels

Wanneer de wereld binnenkomt

Over prikkels, het lichaam en gedrag

Prikkels zijn overal. Ze komen niet alleen binnen via wat je ziet of hoort, maar ook via geur, smaak, aanraking, je evenwicht, je spiergevoel en de signalen van binnenuit, zoals honger, dorst, spanning of het kloppen van je hart. Daarnaast zijn er de onzichtbare prikkels: gedachten, herinneringen, overtuigingen, verwachtingen. En zodra er een prikkel binnenkomt, begint er iets. Iets in het lichaam. In de ademhaling, in de spierspanning, in de hartslag. Een versnelling. Of juist een vertraging. En uit het verwerken van alle prikkels ontstaat gedrag.

Wat we aan de buitenkant zien, is altijd het gevolg van wat binnenin gebeurt. En als datgene wat binnenin gebeurt intens, onduidelijk of ontregelend is, dan zie je dat terug. Als antwoord op dat het allemaal even te veel binnenkomt.

Op de basisschool leren we het al. We hebben vijf zintuigen. Maar in werkelijkheid zijn er acht zintuigsystemen die samen bepalen hoe iemand zichzelf en de wereld ervaart. Voor mensen met prikkelgevoeligheid werken die systemen vaak minder stabiel of juist veel intenser. Elk zintuig kan twee kanten op:

  • Hypergevoelig (overgevoelig): prikkels komen te sterk binnen, het brein raakt overweldigd, het lichaam schiet in de weerstand of vlucht.
  • Hypogevoelig (ondergevoelig): prikkels worden onvoldoende geregistreerd, het brein mist informatie, het lichaam blijft zoeken naar meer input.

Deze verschillen zijn vaak niet zichtbaar, maar wel zichtbaar in gedrag. En zodra je weet wat je ziet, verandert je reactie. Zoals ik altijd roep. Gedrag = taal.

Visuele waarneming: als je ogen geen rust kennen

Hypergevoelig: Sommige mensen zien enorm veel. Elke beweging, elke kleurverschuiving, elk detail op een tafelrand. TL-licht is als een aanval, een rommelige ruimte als chaos. Rammelende oorbellen en armbanden en drukke patronen op kleding. Het zien als visueel geweld.
Voorbeeld: Een kind draait zijn hoofd weg als jij iets uitlegt. Niet uit afwijzing, maar omdat jouw gezicht zo afleidt dat hij je woorden niet kan volgen.

Hypogevoelig: Anderen missen juist informatie. Ze zien gezichtsuitdrukkingen niet goed, staren veel, lijken ongeïnteresseerd of dromerig.

Auditieve waarneming: als geluid geen rangorde kent

Hypergevoelig: Alles komt tegelijk binnen: het tikken van een klok, het schuiven van een stoel, de ademhaling van iemand naast je. De bubbeltjes in de Spa Rood. Het brein heeft geen filter.
Voorbeeld: Tijdens een teamoverleg sluit iemand zich plotseling af. Niet omdat hij ongeïnteresseerd is, maar omdat het geluid letterlijk pijn doet.

Hypogevoelig: Soms is er juist behoefte aan meer auditieve input. Iemand praat zelf hard, vraagt dingen vaak dubbel, of herhaalt geluiden.

Olfactorische waarneming: als geur alles bepaalt

Hypergevoelig: Een geur is niet subtiel. Het is overweldigend. Parfum, schoonmaakmiddel, natte jassen. Het zenuwstelsel reageert direct.
Voorbeeld: Iemand komt een ruimte niet binnen omdat het ‘stinkt’. Voor jou onmerkbaar, voor hen ondraaglijk.

Hypogevoelig: Geuren worden amper opgemerkt. Er is vaak een drang om te ruiken aan voorwerpen, kleding of mensen.

Gustatoire waarneming: als eten niet neutraal is

Hypergevoelig: Smaak en textuur zijn intens. Eén hap warm voedsel met een glibberige of korrelige structuur en het lichaam zegt: stop.
Voorbeeld: Een jongere eet alleen droge crackers. Het enige voor hem wat niet overweldigt.

Hypogevoelig: Smaak wordt nauwelijks geregistreerd. Er is behoefte aan pittig, zout of ongebruikelijk eten.

Tactiele waarneming: als je huid geen buffer is

Hypergevoelig: De aanraking van een label, een woltrui of een onverwachte hand op je arm kan voelen als agressie.
Voorbeeld: Een kind gilt bij het aankleden, of weigert aangeraakt te worden tijdens verzorging.

Hypogevoelig: De huid registreert weinig. Er is hunkering naar stevige aanraking, diepe druk, botsing.
Voorbeeld: Iemand knuffelt zo stevig dat het pijn doet.

Vestibulair systeem: als balans geen vanzelfsprekendheid is

Hypergevoelig: Beweging is bedreigend. Een schommel, een trap, een lift. Alles wat beweegt kan paniek oproepen.

Hypogevoelig: Beweging is noodzakelijk. Zitten is moeilijk. Er is constant behoefte aan rennen, springen, kantelen.

Proprioceptie: als je niet weet waar je lichaam is

Hypergevoelig: Spanning wordt snel opgebouwd. Beweging voelt zwaar. Het lichaam is vermoeid door overbewustzijn.

Hypogevoelig: De grenzen van het eigen lijf zijn vaag. Er is behoefte aan kracht, aan impact.

Interoceptie: als je binnenwereld niet spreekt, of te luid is

Hypergevoelig: Lichaamssignalen worden overdreven gevoeld. Een steek in de buik wordt catastrofaal ervaren.

Hypogevoelig: Signalen worden niet opgemerkt. Geen honger, geen dorst, geen stress. Tot het te laat is.

En dan zie je gedrag…

Een kind dat wegrent bij het ontbijt. Een cliënt die ‘plots’ agressief wordt. Een collega die je aankijkt zonder reactie. Ieder van hen vertelt iets. Niet met woorden, maar met lichaamstaal,

Gedrag komt niet zomaar “uit de lucht vallen’.
Gedrag is een gevolg van wat het lichaam ervaart, wat het zenuwstelsel registreert en hoe dat systeem probeert zichzelf te reguleren.

Wat dit vraagt van de omgeving

  • Dat we vertragen.
  • Dat we leren kijken naar de laag onder het gedrag.
  • Dat we geen oplossing zoeken, maar betekenis geven aan de taal van het gedrag.
  • Dat we durven toegeven dat wat voor ons ‘neutraal’ is, voor een ander overweldigend kan zijn.
  • Dat we durven twijfelen aan onze eigen bevindingen.

Meer lezen? Bekijk ook eens:

Autonomie AutismeAcademie

08/10/2026

Then who am I?

05/10/2026

Vermijding of behoefte aan autonomie