Kerststress

Kerst begint vaak gespannen. De lat ligt toch al hoog in de december maand. Kerst willen we warm, gezellig en verbonden. Iedereen samen aan tafel. Mooie borden, een zorgvuldig gekozen menu, familie die je niet dagelijks ziet. Feestdagen raken bovendien vaak aan iets anders: loyaliteit. Naar anderen, naar verwachtingen, naar het idee van hoe het ‘hoort’. Dat kan innerlijke spanning geven. Mensen, groot en klein gaan soms over hun grenzen heen om anderen niet teleur te stellen. We overschatten soms gezelligheid, zeker in gezinnen met autisme en onderschatten veiligheid. Een ontspannen feestdag ontstaat niet door nog meer samenzijn, maar door voorspelbaarheid, keuzevrijheid en toestemming om het anders te doen.

Kerstdagen zijn geen gewone dagen. Kerst is druk. Vol prikkels. Vol verwachtingen. Vol sociale regels die voor veel kinderen en eerlijk gezegd ook voor veel volwassenen ingewikkeld zijn. Aan tafel komt alles samen. Geluid, geuren, smaken, gesprekken, tempo, blikken. Er wordt gekeken. Gelet. Soms gewacht. En voor een kind dat gevoelig is voor spanning of prikkels, staat het lichaam al in de hoogste versnelling en is bezig met één vraag: ben ik veilig?

Eten komt pas veel later op de lijst. Soms helemaal niet.

Bij autisme wordt vaak gekeken naar sensorische overgevoeligheid: structuur, smaak, geur, kleur. Dat is terecht en belangrijk. Tegelijk zien wij in de praktijk dat stress minstens zo’n grote rol speelt. Overprikkeling. Verwachtingsdruk. De subtiele spanning die in de ruimte hangt. Kerst vergroot dat uit. Alles ligt onder een vergrootglas.

Wanneer een zenuwstelsel in overlevingsstand staat, kiest het lichaam automatisch voor vechten, vluchten of verstijven. Dat is geen keuze. Geen koppigheid. Geen machtsspel. Het is pure biologie. Eten is in zo’n toestand geen prioriteit, maar een extra belasting.

Soms raakt eten ook aan regie. Zeker bij kinderen die al veel moeten, weinig mogen bepalen of zich voortdurend aanpassen. Niet eten kan dan het enige zijn waar nog invloed op wordt gevoeld. Dat gebeurt meestal onbewust. Het is geen strategie, het is een noodgreep. En vaak is het geen één oorzaak, maar een samenspel van factoren dat samen te groot wordt.

Wat in dit alles structureel onderschat wordt, is taal. Niet alleen de woorden die we gebruiken, maar alles wat we meebrengen aan tafel. Onze overtuigingen. Onze spanning. Onze blikken. Onze stiltes. Onze goedbedoelde grapjes.

Kinderen leren hun relatie met voeding niet door uitleg, maar door ervaring. Door sfeer. Door hoe ouders en verzorgers naar eten kijken. Gezond, ongezond, netjes, ongepast, verantwoord, fout. Veel van die ideeën zijn niet eens van onszelf, maar meegekregen. Vanuit opvoeding, cultuur, hypes, steeds wisselende adviezen.

Met kerst komt daar extra lading bij. “Het is maar één keer per jaar.” “Doe het nou even.” “Iedereen doet zo zijn best.” Zinnen die klein lijken, maar groot binnenkomen. Zeker bij kinderen die gevoelig zijn voor spanning en afkeuring.

Wanneer we voeding gaan labelen als goed of slecht, loopt een kind het risico zichzelf ook zo te gaan ervaren. Goed als het lukt. Fout als het niet lukt. Dat werkt diep door en vaak veel langer dan we denken. Soms zie je dat direct terug, soms pas jaren later in controleverlies rond eten, gewicht of eigenwaarde.

En laten we eerlijk zijn: de strijd aan tafel is het zelden waard. Zeker niet in deze maanden, waarin alles toch al voller, drukker en emotioneler is.

Soms vraagt de situatie om iets anders dan vasthouden aan het idee van samen aan tafel eten. Soms vraagt het om meebewegen. Een bordje met lievelingseten op de bank, even uit de prikkels, voor de tv. En later misschien samen het toetje aan tafel. Of alleen even aanschuiven zonder te eten. Of helemaal niet. Net wat werkt, die dag, voor dat kind.

lukt het niet? Straffen heeft geen zin. Druk opvoeren ook niet. Het lijf laat zich niet overtuigen door woorden of beloningen. Hoe harder je duwt, hoe meer weerstand.

Kerst vraagt misschien helemaal geen perfecte maaltijd. Het vraagt vertraging. Mildheid. Loslaten van het idee hoe het zou moeten. Want pas als een kind zich veilig voelt, komt er ruimte. Voor eten. Voor contact. Voor samen zijn.

En soms is dat het meest voedende wat je kunt geven.

Fijne Feestdagen!

Meer lezen? Bekijk ook eens:

Autonomie AutismeAcademie

08/10/2026

Then who am I?

05/10/2026

Vermijding of behoefte aan autonomie