Soms leg je iets uit waarvan je weet dat het klopt, omdat het je rol is kennis over te dragen of omdat je er heilig van overtuigd bent dat jij de juiste info geeft. Je geeft woorden aan iets dat je van binnenuit begrijpt of heel belangrijk vindt en je hoopt dat het bij de ander binnenkomt, dat het iets opent. Maar dan blijft het stil. Het beklijft niet. Of iemand zegt alleen: “Interessant.”
Om iets te kunnen leren, om nieuwe kennis en informatie binnen te laten, moet er ergens in je hoofd een imaginair haakje zijn waar het aan kan blijven hangen. En dat haakje, dat is zelden cognitief. Dat zit in ervaring, verwarring, noodzaak, nieuwsgierigheid of enthousiasme. Ergens moet het raken aan iets wat al leeft in jou, al is het nog zo vaag. Heb je dat haakje niet, dan glijdt de nieuwe informatie af omdat het nog geen verbinding kan maken met kennis die er al wel is. Dan is er niets om het aan vast te klikken.
En soms is het haakje er wel, maar is het nog niet stevig genoeg. Is de nieuwe kennis te groot, te ontregelend, te pijnlijk. Want nieuwe informatie kan je hele bouwwerk aan verklaringen en overtuigingen wankel maken. Het idee dat gedrag in jouw omgeving misschien toch geen onwil was, maar onmacht. Dat je iemand jarenlang verkeerd hebt beoordeeld. Of jezelf. Dat het niet ligt aan gedrag, maar aan het zenuwstelsel. Dat diagnoses niet altijd het eindpunt zijn, maar misschien wel een tussenstop in een groter verhaal en dat voortschrijdend inzicht ons leert dat overtuigingen kunnen verschuiven.
Bij het overdragen van onderbouwde kennis gaat het niet om het dumpen van informatie. Gaat het niet om overtuigen. De kunst is aanwezig blijven. Verduren. Verdragen dat iemand nog even in zijn gelijk moet blijven wonen, omdat het fundament eronder nog niet klaar is voor iets nieuws. En iemand is niet dom. Soms zijn de haakjes te klein om veel info aan te hangen en heeft het tijd nodig om uit te kunnen breiden.
Wetenschappelijk gezien weten we inmiddels steeds beter hoe dat werkt. Het brein functioneert niet via netjes gescheiden mapjes die we naar believen kunnen openen en sluiten en waarin we gedachten en ervaringen archiveren.
Het brein is een levend netwerk van verbindingen, dat zich voortdurend aanpast. Nieuwe verbindingen ontstaan als iets betekenisvol genoeg is en betekenis ontstaat pas als het ergens aansluit. Een haakje dus. Of beter nog: een kapstok waaraan je steeds meer kunt ophangen en daar weer aan…. en daar weer aan…. Wat dat betreft hebben we als mens veel meer ontwikkelcapaciteit dan vaak gedacht wordt. Het gaat niet altijd in één keer. Zeker niet als je stevig gelooft in één visie, één verklaring, één waarheid.
Stelligheid is het slechtste klimaat voor leren. Aan stelligheid blijft niets hangen. Als alles al vaststaat, is er geen ruimte voor beweging. En vaak zit daar iets onder: angst, pijn, verlies van grip. Want nieuwe informatie kan ook eng zijn. Je kunt erdoor gaan twijfelen aan hoe je eerder hebt gehandeld, wat je gemist hebt, wie je dacht dat je was.
Twijfel is een systeem dat zichzelf controleert zonder dat het zichzelf hoeft te beheersen. Dat maakt het waardevoller dan zekerheid. (uit de De derde hypothese)
Ik weet gelukkig steeds minder zeker. Wat is er nog een hoop te leren, te ontdekken, te herzien. En juist dat geeft lucht. Want als je leert verdragen dat je mag twijfelen, je nog niet alles weet, komt er ook ruimte voor nieuwe inzichten, nieuwe taal, nieuwe mensen, nieuwe verbindingen en nieuwe levenspaden.
Ingrid en ik hebben weer haakjes vrij en willen er graag nog meer kennis aan hangen. We starten eind van deze maand met de master Applied Emotional Intelligence van The Emotional Intelligence Academy in samenwerking met de Manchester Metropolitan University. Heel benieuwd wat dit keer aan onze haakjes komt te hangen.
Want je weet niet wat je niet weet en dat geeft ruimte.


