“Hij is agressief.” Vier woorden. Ze klinken als informatie.
Maar wat betekent dit? Heb je hem iemand slaan zien? Verhief hij zijn stem? Liep hij dreigend naar iemand toe? Heeft iemand anders verteld dat hij agressief was? Of heb je gedrag gezien en daar zelf het woord agressief aan gegeven?
Dat verschil is groter dan het lijkt. Er zijn talen waarin je grammaticaal moet aangeven hoe je iets weet. Dat heet evidentialiteit. De taal dwingt de spreker bijvoorbeeld onderscheid te maken tussen iets wat zelf is waargenomen, iets wat van een ander is gehoord en iets wat uit aanwijzingen is afgeleid. Wij hebben die grammaticale verplichting niet. Wij kunnen waarnemen, interpreteren, concluderen en vervolgens vergeten dat daar verschillende stappen tussen zaten.
We zouden in onze professionele taal ook vaker moeten aangeven hoe we iets weten en waar de informatie vandaan komt. Want bron en zekerheid zijn niet hetzelfde. Je kunt iets zelf gezien hebben en toch niet weten wat het betekent. Je kunt iets van iemand anders gehoord hebben en daar heel zeker over klinken. En niet onbelangrijk: wat hebben we er zelf van gemaakt?
Die laatste hoor je nogal eens terug in zinnen als ‘ik heb het gevoel dat…’ of ‘ik denk dat…’. Daar is op zichzelf niets mis mee. Een gevoel is informatie. Een gedachte ook. Interessant wordt het wanneer het stukje na dat ongemerkt als informatie over de ander wordt behandeld.
‘Ik heb het gevoel dat hij mij niet serieus neemt.’
Dat eerste deel klopt in ieder geval. Je hebt dat gevoel. Maar dat hij jou niet serieus neemt, weten we daarmee nog niet. Daar is ergens onderweg een verklaring aan het gevoel vastgemaakt. Misschien klopt die uitstekend. Misschien ook niet.
Hetzelfde gebeurt met ‘ik denk dat.’ Ook zo’n keurige formulering die voorzichtig klinkt, terwijl er na het woord dat rustig een complete analyse van andermans binnenwereld kan volgen. We denken namelijk nogal veel te weten over wat andere mensen willen, voelen, bedoelen en proberen te bereiken.
En als zo’n interpretatie eenmaal is opgeschreven, kan hij behoorlijk snel carrière maken. De volgende professional leest hem, neemt hem mee in een gesprek en kijkt vervolgens met die informatie in het achterhoofd naar wat er gebeurt. Voor je het weet hebben meerdere mensen hetzelfde gezien. Of beter gezegd: hetzelfde gelezen en daarna iets gezien wat erbij paste.
Dat is geen onwil en meestal ook geen slechte professionaliteit. Zo werkt menselijke waarneming nu eenmaal. We kijken nooit helemaal blanco. Eerdere informatie stuurt onze aandacht en beïnvloedt welke betekenis we geven aan wat we zien.
In een dossier zou eigenlijk steeds zichtbaar moeten blijven: wat is daadwerkelijk waargenomen, wat is door iemand verteld, wat is geïnterpreteerd en wat is een mogelijke verklaring? Dat klinkt misschien wat overdreven zorgvuldig. Totdat je bedenkt hoeveel besluiten over mensen worden genomen op basis van dit soort informatie. Een hypothese mag best een hypothese zijn. Daar wordt hij niet minder waardevol van. Integendeel. Een goede hypothese nodigt uit om verder te kijken. Een conclusie doet dat een stuk minder.
Hoe weet ik dit? Stel deze vraag eens wat vaker bij het lezen van een dossier, tijdens een overleg of midden in een gesprek. Het kan zomaar blijken dat we heel veel weten en een verrassend deel daarvan zelf hebben bedacht.


