Leander en ik zijn voor ons werk in Wenen. Vandaag hebben we bewust vrijgehouden om even te landen en de stad te verkennen. Geen afspraken, geen programma, gewoon tijd om lekker door de oude binnenstad te slenteren en te kijken wat we tegenkomen.
We kwamen uit bij het Mozarthaus – het enige nog bestaande appartement waar Wolfgang Amadeus Mozart heeft gewoond. Hij schreef hier onder andere Le Nozze di Figaro. Het indrukwekkende is niet alleen de plek zelf, maar vooral dat er tijdens je bezoek voortdurend zijn muziek klinkt. Bijzonder om zo meegenomen te worden in de sfeer van toen. We zagen de uitgeschreven muziekstukken, we lazen de verhalen, en we beseften: dit is waar het echt gebeurde.
Mozart blijft een fenomeen. Als kind met 5 jaar al geniaal en beroemd, als volwassene briljant en onrustig. Zijn vader was trots, absoluut, maar ook streng, dwingend, controlerend. Alles draaide om Mozart’s talent. Dat was zijn waarde. Daar werd hij op afgerekend – of voor beloond.
Maar wie zag het kind erachter? Vandaag zouden we dat kinderjaren en een jeugd met prestatiedruk noemen. We zouden het zelfs traumatisch noemen. Misschien wel kindermishandeling.
Mozart werd toegejuicht door de elite van Europa, schreef revolutionaire muziek en liet een onuitwisbare indruk achter. Tegelijk leidde hij een leven vol stress en overbelasting: hij werkte extreem veel, feeste veel, raakte verslaafd aan gokken en alcohol, maakte schulden, en overleed op 35-jarige leeftijd – in armoede.
Detail (of eigenlijk: roddelwaardig weetje): Mozart stond erom bekend dat hij nogal… ondeugend kon zijn. In zijn brieven gebruikte hij regelmatig grove humor en seksuele toespelingen. In hedendaagse termen zouden we dat grensoverschrijdend gedrag noemen.
Wat ons raakte – en wat ook weer past bij ons werk – is hoe Mozart’s leven laat zien hoe dun de lijn soms is tussen talent, druk en overbelasting. Hij werd al jong gestuurd door verwachtingen en externe bevestiging. Iets wat we nog steeds vaak zien bij kinderen en jongeren die ‘anders’ zijn, of ergens in uitblinken.
Wat we nu weten – dankzij o.a. Gabor Maté – is dat trauma niet alleen gaat over ingrijpende gebeurtenissen, maar ook over wat je hebt gemist: veiligheid, erkenning, ruimte om te voelen wie je bent. Hoe zou dat voor Mozart zijn geweest?
Hij werd geleefd. Alles draaide om presteren, om gezien worden via zijn muziek. Maar wat als je vooral bestaat via wat je doet, en niet om wie je bent?
Maté zegt dat verslaving geen gebrek aan wilskracht is, maar een poging tot zelfregulatie. Een manier om met pijn, onrust of leegte om te gaan. En verslaving kan ook werk zijn. Perfectie. Controle. Humor.
Voor Mozart was muziek misschien wel zijn overlevingsstrategie. Zijn veilige plek. De enige taal waarin hij zichzelf kwijt kon – en misschien de grip kon houden.
Voor ons was het een fijne combinatie van cultuur, reflectie en gewoon samen op pad zijn. De zon schijnt. De stad is prachtig, de sfeer is ontspannen en het is goed om af en toe even stil te staan bij hoe mensen toen – en nu – proberen grip te krijgen op hun leven. En ook luisteren we nu toch anders naar zijn muziek.



