Wat is er mooier dan de eerste periode met je baby? Je zweeft op een roze wolk, tot je eraf valt. En de landing? Die is hard. Je kind reageert anders dan anderen. Je raakt onzeker, gestrest, verdrietig. Bakken verdriet. Andere ouders lijken moeiteloos te navigeren door het ouderschap, terwijl jij verstrikt raakt in dagelijkse strijd.
Je kind wil niet aan tafel, verzet zich overal, valt op bij het kinderdagverblijf, op school, bij opa en oma, bij vrienden. Jouw kind luistert niet, wil niet meedoen, heeft woedeaanvallen – en jij inmiddels ook. Het voelt alsof jouw kind nergens bij hoort. En na een tijdje jij ook niet meer.
Dan komen de vermoedens. Iedereen om je heen zag het al, maar hield z’n mond. Tot jij zelf zegt: “Ik denk dat mijn kind autisme heeft.” Dan ineens heeft iedereen het altijd al gedacht. Gelukkig zijn er vriendinnen die ‘helpen’ met adviezen zoals: Laat hem maar een weekje bij mij, ik krijg hem wel in het gareel. Lees: Ik ben een betere moeder dan jij. En dat doet pijn.
De realiteit
Wat volgt, is rouw. Want laten we eerlijk zijn: wat je online leest over autisme is zelden bemoedigend. Je komt termen tegen als ‘opvoedproblemen’, ‘moeilijke kinderen’, ‘lange wachtlijsten’, ‘thuiszitters’ en ‘speciaal onderwijs’. En terloops stuit je ook nog op verontrustende statistieken over suïcide.
Je probeert alles. Pictogrammen op de koelkast die niemand volgt. Dagstructuren waar je zelf gek van wordt. Werkt het niet dan volgt vaak het advies de teugels nog strakker te trekken. Ondertussen vecht je om op één lijn te blijven met je partner, school, hulpverleners en zorginstanties.
Dan nog de zoveelste rondgang langs specialisten. Psychiaters, psychologen, orthopedagogen, begeleiders, leerkrachten. Elk met hun eigen methodieken. Sociale vaardigheidstrainingen, autizwemles, autipaardrijden – de lijst is eindeloos. Ten einde raad probeer je zelfs het alternatieve circuit.
Iedereen is oprecht betrokken. Iedereen heeft adviezen. Maar allemaal net iets anders. En dus werkt niets écht. Niet voor jou. Niet voor je kind.
Wat rest is de volgende wachtlijst. De volgende intake. En opnieuw de teleurstelling: Uw kind past niet in ons aanbod. Want jouw kind is ‘te goed’ voor het een en ‘te complex’ voor het ander. Ondertussen verlies jij je baan, je gezondheid, je relatie. En jouw kind? Die verliest een schooljaar en erger nog zijn of haar levenslust.
Herkenbaar?
Dit verhaal is herkenbaar voor bijna alle ouders van een kind met autisme. En het kan anders. Sterker nog: het moet anders. Ouders en professionals verdienen beter. Kinderen verdienen beter.
Autisme is 24/7. Dat betekent dat je als ouder dagelijks talloze momenten hebt waarop je moet schakelen. Opvoeden van een kind met autisme is topsport. Maar jij kunt de expert worden. Jij kunt leren hoe je voorkomt dat je kind overprikkeld raakt. Hoe je stresssignalen herkent voordat het escaleert. Hoe jij zélf kalm blijft, je eigen stress onder controle krijgt en keuzes maakt die werken voor jouw gezin.
Je hoeft niet alleen afhankelijk te zijn van ‘deskundigen’ die je kind een paar uurtjes per maand zien. Jouw kind heeft jou nodig als stabiele factor. Niet als ouder die geleefd wordt door stress, maar als iemand die met kennis en vertrouwen handelt. Geen strijd meer, maar grip op wat werkt.
Jouw aandeel in de dynamiek – autonomie en trauma
Een kind ontwikkelt zich niet los van zijn omgeving. Jij maakt deel uit van de dynamiek – en dat geeft je ook invloed. Positief en negatief. Dat betekent niet dat jij ‘de schuldige’ bent. Maar wél dat jij degene bent die het verschil kan maken. Je hebt als ouder dus een aandeel.
Veel problemen bij autisme hebben te maken met stress en overprikkeling. Maar ook met autonomie. Jouw kind wil, net als ieder ander, zelf invloed hebben op zijn of haar leven. Wil niet ‘gefixt’ worden, maar begrepen. En dat begint bij de vraag: Wat heeft mijn kind écht nodig?
Daarnaast spelen trauma en microtrauma een enorme rol in de opvoeding van een kind met autisme. Elke keer dat je kind overvraagd wordt, niet wordt gezien of zich machteloos voelt, blijft dat achter in het zenuwstelsel. Niet alleen bij je kind, maar ook bij jou. Stress is besmettelijk. En trauma’s kunnen zich van generatie op generatie herhalen.
Hoe minder stress jij ervaart, hoe veiliger jouw kind zich voelt. Hoe beter jij de signalen van overprikkeling herkent, hoe minder escalaties er zijn. Hoe steviger jij in je schoenen staat, hoe minder hulpverleners en protocollen nodig zijn.
Want als ouder heb jij een grotere invloed dan je denkt. Niet door harder je best te doen. Niet door nog meer protocollen te volgen. Maar door met vertrouwen en kennis keuzes te maken die écht passen.
Wil jij ontdekken hoe jij het verschil kunt maken? Kijk dan bij ons trainingsaanbod
Je kunt ook alvast beginnen met het invullen van ons Plan B Prikkelplan. Dit plan met uitleg vind je op onze site.
We hebben ook een gratis E-book met veel stressreducerende interventies.


