Autisme, Trauma en EMDR

De benadering van EMDR bij autisme en trauma vraagt om nuance, waarbij de overlap tussen deze twee vaak zo groot is dat het lastig is om precies vast te stellen wat de verschillen in aanpak zouden moeten zijn. Sterker nog, als we terugkijken naar hoe trauma enkele jaren geleden werd begrepen, zien we dat het idee van trauma zelf is geëvolueerd naar een breder begrip van bewuste en onbewuste stressvolle en chronische ervaringen, waardoor de scheidslijn tussen autisme en trauma dunner is geworden.

In de vroege traumaliteratuur werd trauma vaak gezien als een direct gevolg van schokkende, levensveranderende gebeurtenissen. Tegenwoordig weten we dat trauma veel breder kan zijn. Al vanaf zeer jonge leeftijd, ook kan trauma voortkomen uit langdurige, chronische stressoren, zoals herhaald pestgedrag, sociale isolatie, of een onveilige thuissituatie. Ook medische ingrepen bij hele jonge kinderen hebben veel effect op het basale gevoel van veiligheid. Dit bredere perspectief komt sterk overeen met de dagelijkse uitdagingen waarmee mensen met autisme worden geconfronteerd, zoals sensorische overprikkeling, sociale misverstanden, en de moeite om routines te behouden en een permanente alertheid. Dit maakt de lijn tussen trauma en autisme nog vager, omdat wat we vroeger als “gewone” stress beschouwden, nu erkend wordt als potentieel traumatisch.

Hierdoor is het belangrijk om te beseffen dat veel symptomen die we traditioneel associëren met trauma — zoals dissociatie, vermijding, en hypervigilantie — ook kunnen voorkomen bij mensen met autisme, maar dan als reactie op voortdurende overprikkeling en stress.

Cognitieve en communicatieve uitdagingen

Net zoals bij trauma, hebben mensen met autisme vaak moeite met het verwoorden van emoties of het maken van de verbinding tussen gedachten, gevoelens en gebeurtenissen. Bij trauma zien we dissociatie en een gebrek aan inzicht in emoties als veelvoorkomende reacties, iets wat ook speelt bij autisme. Deze overlap suggereert dat therapeuten, ongeacht de oorzaak, meer aandacht zouden mogen besteden aan non-verbale verwerking en de sessies zo moeten structureren dat ze aansluiten bij de cognitieve capaciteiten van de cliënt.

Dit maakt het onderscheid tussen een typische EMDR-aanpak voor trauma en autisme uitdagend, omdat de nadruk op alternatieve communicatiemethoden in beide situaties belangrijk is. Het risico bestaat dat therapeuten geneigd zijn te denken dat aanpassingen in behandeling specifiek autisme-gerelateerd zijn, terwijl ze in feite net zo noodzakelijk kunnen zijn bij trauma.

Sensorische gevoeligheid

Zowel mensen met autisme als met trauma vertonen vaak sensorische gevoeligheden, zij het soms met verschillende triggers. Iemand met trauma kan bijvoorbeeld schrikken van plotselinge geluiden door herbelevingen, terwijl iemand met autisme overprikkeld kan raken door harde geluiden als gevolg van sensorische verwerkingsproblemen. Dit benadrukt hoe bilaterale stimulatie bij EMDR moet worden aangepast, ongeacht of de cliënt autisme of trauma ervaart. Aanpassingen zoals zachtere tikjes of langzamere oogbewegingen kunnen in beide gevallen helpen om overprikkeling te voorkomen.

De overlap in sensorische gevoeligheden zorgt ervoor dat het niet altijd duidelijk is waar de aanpassingen specifiek op gericht moeten zijn. Dit suggereert dat behandelingen voor trauma en autisme op dit punt nauwelijks te onderscheiden zijn in termen van aanpassingen.

Rigide denkpatronen en hyperfocus

Zowel mensen met autisme als met trauma ontwikkelen vaak rigide denkpatronen. Bij trauma zien we dit als een vorm van overleven, waarbij iemand vast blijft zitten in een traumatische gebeurtenis en negatieve gedachten niet kan loslaten. Bij autisme kan hyperfocus optreden, waarbij de persoon zich vastklampt aan routines of details. In beide gevallen kan het lastig zijn om de flexibiliteit in denken te stimuleren die nodig is voor het verwerken van trauma.

Dit is een goed voorbeeld van hoe de behandelingen voor trauma en autisme kunnen overlappen, omdat de onderliggende cognitieve patronen vergelijkbaar zijn. Of het nu gaat om rigide denken als overlevingsmechanisme of als copingstrategie, de therapeutische interventies zullen vergelijkbaar zijn: geduld, herhaling en zachte sturing om nieuwe perspectieven mogelijk te maken.

Beperkte emotionele bewustwording en regulatie

Mensen met autisme en trauma delen vaak de uitdaging van emotionele bewustwording en regulatie. Bij trauma zien we dit in de vorm van intense, vaak overweldigende emoties die moeilijk te beheersen zijn. Bij autisme kunnen mensen juist moeite hebben om emoties überhaupt te herkennen of te begrijpen. In beide gevallen vraagt EMDR om geduld en aanpassingen om cliënten te helpen emoties beter te begrijpen en te reguleren voordat trauma daadwerkelijk verwerkt kan worden.

Dit versterkt het idee dat EMDR bij autisme en trauma meer overeenkomsten dan verschillen kent. De behandeling moet in beide gevallen eerst gericht zijn op stabilisatie en zelfregulatie, wat betekent dat de opbouw naar trauma-verwerking voor beide groepen vergelijkbaar is.

Chronische stress en verminderde stressbestendigheid

Mensen met autisme ervaren vaak chronische stress door voortdurende sensorische en sociale uitdagingen, terwijl mensen met trauma vaak een verlaagde stressbestendigheid hebben door posttraumatische stressreacties. Deze groepen delen de ervaring van voortdurende overprikkeling en stress, waardoor de behandeling in beide gevallen zorgvuldige dosering en aandacht voor de draagkracht van de cliënt vereist. Kortere sessies of minder intense bilaterale stimulatie kunnen nodig zijn, of de cliënt nu autisme of trauma ervaart.

Ook hieruit blijkt dat de verschillen in aanpak tussen autisme en trauma misschien kleiner zijn dan vaak wordt gedacht, omdat de onderliggende kwetsbaarheid voor stress vergelijkbaar is.

De impact van de omgeving en chronisch trauma bij autisme

Mensen met autisme lopen een verhoogd risico op trauma, omdat zij constant worden blootgesteld aan stressoren die voortkomen uit een wereld die hen vaak overprikkelt en overweldigt. Dit lijkt sterk op de ervaring van mensen die aan chronische stress worden blootgesteld en uiteindelijk traumatische reacties ontwikkelen. Denk aan sociale misverstanden, pestgedrag of een verstoring van de dagelijkse routine — situaties die voor neurotypische mensen misschien niet traumatisch zijn, kunnen voor iemand met autisme een bron van chronisch trauma vormen.

Deze voortdurende stress stelt ons voor een uitdaging: hoe definiëren we trauma en autisme als ze beide een reactie kunnen zijn op een onveilige en overweldigende wereld? Dit maakt het nog moeilijker om een onderscheid te maken in behandeling, omdat zowel de ervaring van autisme als van trauma wortelt in een gevoel van onveiligheid en stress.

Het belang van verbinding

Een overeenkomst tussen autisme en trauma is de verstoring van emotionele verbindingen, zowel met anderen als met zichzelf. Mensen met trauma hebben vaak moeite om zich emotioneel verbonden te voelen met anderen, terwijl mensen met autisme sociale verbindingen vaak lastig vinden vanwege communicatie-uitdagingen. In beide gevallen is het opbouwen van een veilige, stabiele relatie met de therapeut essentieel voor het succes van EMDR.

Hier zien we dat, ongeacht of de cliënt autisme of trauma ervaart, de therapeutische alliantie en emotionele veiligheid belangrijk zijn voor het succes van de behandeling.

Hoewel er enkele verschillen zijn in hoe EMDR wordt toegepast bij autisme en trauma, blijkt dat de overeenkomsten vaak veel sterker zijn dan de verschillen. Het gevolg is dat therapeuten voorzichtig zouden mogen zijn met het maken van onderscheidende aanpassingen, omdat veel van de uitdagingen en behandelingsbenaderingen gedeeld worden door beide groepen.

Meer lezen:

Shapiro, F. (2018) – Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) Therapy, Third Edition: Basic Principles, Protocols, and Procedures.

Van der Kolk, B. (2014) – The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma.

Maté, G. (2019) – Scattered Minds: The Origins and Healing of Attention Deficit Disorder.

Levine, P. A. (2010) – In an Unspoken Voice: How the Body Releases Trauma and Restores Goodness.

Rubin, K. H., Burgess, K. B., & Hastings, P. D. (2002) – Social withdrawal, inhibition, and shyness in childhood: Conceptual and definitional issues.

Fletcher-Watson, S., & Happé, F. (2019) – Autism: A New Introduction to Psychological Theory and Current Debate.

Courchesne, E., Campbell, K., & Solso, S. (2011) – Brain growth across the life span in autism: Age-specific changes in anatomical pathology.

Felitti, V. J., Anda, R. F., et al. (1998) – Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults: The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study.

Porges, S. W. (2011) – The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-Regulation.

Meer lezen? Bekijk ook eens:

Autonomie AutismeAcademie

08/10/2026

Then who am I?

05/10/2026

Vermijding of behoefte aan autonomie