In mijn werk rond jongeren met autisme wordt ik vaak ingeschakeld in situaties waarin agressie ineens lijkt “te ontploffen”. Soms blijft het bij één moment, maar vaak volgen er meerdere momenten en incidenten achter elkaar. Voor wie ernaast staat, voelt het alsof je naar een rij dominosteentjes kijkt die met één tik allemaal omvallen. De reflex is dan snel: “Zie je wel, dit hoort bij autisme en dit kind is bijzonder ingewikkeld”
Een recent onderzoek arXiv 2025.07.12424 laat zien dat dit beeld te simplistisch is. Met een nieuw model verklaarden onderzoekers dat een uitbarsting gemiddeld tot veel minder vervolgincidenten leidt dan voorheen werd aangenomen. Belangrijker nog: het maakt zichtbaar of gedrag vooral “van binnenuit” verder oplaait of juist wordt getriggerd door iets van buiten. Dat lijkt een detail, maar voor jongeren en begeleiders kan het verschil levensgroot zijn.
Dit onderzoek sluit aan bij waar ik steeds op terugkom: de neiging om gedrag in een hokje te stoppen, of het nou “autisme” heet of “trauma”. De “schuld” voor het explosieve gedrag wordt eigenlijk altijd bij het kind gelegd. Er worden verklaringen gezocht die overzicht geven, maar er wordt vergeten vaak dat gedrag taal is. En taal kun je alleen beginnen te begrijpen in context.
Daar zit ook het pijnpunt in de hulpverlening. Er wordt nog te vaak gekeken naar het kind of de jongere als de drager van het probleem, terwijl de omgeving – en dus ook de professional zelf – een hele belangrijke rol speelt. Soms zelfs de hoofdrol….
Hoe reageer je? Welke spanning breng je zelf mee? Welke verwachtingen leg je op tafel zonder dat je het doorhebt? Als we dat buiten beeld laten, blijven we in cirkels draaien.
Wat ik hoop, is dat we met dit soort inzichten meer ruimte maken voor twijfel en om nieuwsgieriger te zijn. Agressie hoeft geen vast patroon te zijn. Het kan ook een uitnodiging zijn om opnieuw te kijken: wat speelt er hier, nu, bij deze jongere, in deze situatie? En wat speelt er bij de professional of de groep waardoor er triggers ontstaan.
Misschien is dat de essentie: gedrag is veel complexer en contextafhankelijker dan een diagnose ooit kan vangen. En zolang wij in de hulpverlening niet eerlijk durven kijken naar onze eigen rol, houden we die dominosteentjes zelf in beweging.
Wie meer wil lezen over de dunne scheidslijn tussen zorg, macht en interpretatie, nodig ik uit om mijn boek De derde hypothese te ontdekken. Ik heb een psychologische roman geschreven op de flinterdunne grens van fictie en werkelijkheid, waarin ik die vragen stel die we liever uit de weg gaan.
En ja, ik post daar regelmatig over. Als je dat irritant vindt: kijk gerust weg van mijn blog. Al is wegkijken nou net een thema in dit boek…


