Overlevingstrategie bij overprikkeling

Geplaatst op door in de categorie Nieuws

Veel mensen met autisme hebben goede intellectuele mogelijkheden. Hierdoor kunnen zij in staat zijn in staat het eventuele gemis op het gebied van sociale vaardigheden te compenseren en te camoufleren. Ze leren de regels voor sociaal verkeer uit hun hoofd en overleven door het toepassen van aangeleerde “sociale scripts”. Mensen met autisme kunnen meestal geen beroep doen op hun intuïtie en missen vaak de vaardigheden onuitgesproken signalen op te vangen. Door de verwarring die ontstaat kunnen ze snel overprikkeld raken.

Mensen met autisme hebben vaak moeite de samenhang tussen de verschillende gebeurtenissen helder te krijgen. Het detail denken veroorzaakt immers dat gebeurtenissen vaak niet in de juiste context geplaatst worden.
Het gefragmenteerd verwerken van de waarnemingen zorgt voor een vertraging in de informatieverwerking.
Komt er meer informatie binnen dan dat er verwerkt kan worden dan ontstaat er zelfs een soort filevorming in het hoofd. Het gevolg is overprikkeling en controleverlies en daarmee ontstaat een groot gevoel van onveiligheid.
Men raakt het overzicht kwijt en reageert met ongewenst gedrag als overlevingsstrategie.

Basis emotie

Agressie en woede komen altijd voort uit angst! De basis emotie angst en de reacties die hieruit voortvloeien worden gegenereerd en geregisseerd door de amygdala. De amygdala, ook amandelkern genoemd, maakt deel uit van het oudste deel van de hersenen, het limbisch systeem. Dit systeem is een soort emotionele schildwacht.
Het enige dat telt is overleven. Als er gevaar dreigt dan neemt deze schildwacht de regie over om direct tot actie te kunnen overgaan. Adrenaline, nor-adrenaline en cortisol worden in het lichaam gestuurd om op de vlucht te kunnen slaan, te vechten of te verstijven en juist niet te reageren. Tegelijkertijd stopt het denkvermogen, de neo-cortex ook het rationele brein genoemd. Want in dreigende situaties ontbreekt immers de tijd om verstandig te overleggen wat het beste plan van aanpak zal zijn.

Een snelle reactie van de amygdala zorgt er dus voor dat we het gevaar kunnen ontwijken nog voor we beseffen dat we ons in een dergelijke situatie bevinden.

Door overprikkeling zijn mensen met autisme niet meer in staat rationeel om te gaan met de  situatie. Angst krijgt de overhand en de amygdala zorgt voor een vecht-, vlucht- of verstijvingsreactie.
Een angstaanval bij mensen met autisme reguleren door gerust te stellen, te praten, te schreeuwen of vast te pakken is zinloos en zal de angst alleen versterken en dus averechts werken. Beter is om te zorgen dat er op dat moment zo min mogelijk prikkels binnenkomen. Dus zwijg en vermijd aanrakingen. Soms echter zijn er situaties dat de uiting van de angst een gevaar kan vormen voor de persoon en zijn omgeving.
Dan is het zaak voor veiligheid te zorgen en wellicht hem of haar uit de situatie te halen.
Vaak werkt het om op dat moment iets tegengestelds te doen. Degene met autisme zal de mis match opmerken en uit de emotie kunnen gaan. Maar blijf zwijgen en begeleid met gebaren en visuele ondersteuning.

Fases

Allereerst is het zinvol om de verschillende fases te herkennen waarin degene met autisme zich bevindt.
Niet in elke fase is het geschikt om een gesprek te voeren. Pas als degene met autisme zich veilig voelt zal hij of zij de informatie kunnen opnemen en hiervan kunnen leren.

Je kunt hierin 3 fases onderscheiden:

Fase 1. Het gaat goed, de persoon is rustig en overziet wat hij doet en voelt. In deze fase kan hij of zij functioneren en is goed aanspreekbaar. Deze fase is een prima referentie / ijkpunt voor het normale gedrag. Zodra het gedrag afwijkt kun je je afvragen of de persoon zich in de volgende fase bevindt.       

Fase 2. In deze fase heeft degene met autisme teveel prikkels en informatie te verwerken gekregen.
Dit hoeft niet eens altijd zichtbaar te zijn. Ook als hij of zij een uur lang geconcentreerd aan het werk is geweest kan zijn of haar hoofd ineens zijn volgelopen.

Eigenlijk zou er bij elk gedrag dat afwijkt van fase 1 een “alarmbel” moeten gaan rinkelen. Dit afwijkende gedrag kan er als volgt uitzien:

schelden en vloeken – paniek aanvallen – pestgedrag – schoppen en slaan – schreeuwen bonken en fladderen -opdringerig en claimend gedrag – betweterig gedrag – ongemotiveerd en slordig gedrag -brutaal – niet aan willen kijken – geen antwoorden geven op vragen – geluiden maken – stellen van veel vragen  in zichzelf gekeerd zijn -verlies van urine of ontlasting.

Voor de buitenwereld schijnbaar ongewenst en vervelend gedrag. Maar voor iemand met autisme betekent dit dat er nauwelijks nog eigen regie is. Deze uitingen komen nooit voort uit onwil. Het is pure onmacht en gegeven door de situatie of omstandigheden waar degene met autisme op dat moment in verkeert.
In fase 2 is het daarom nauwelijks mogelijk om verbaal te communiceren!

Door de overprikkeling wordt helder nadenken bemoeilijkt. Praten zorgt voor nog meer prikkels die het overbelaste informatieverwerkingssysteem niet meer kan verwerken. De emoties nemen de overhand en kleuren de gedachten verder in. In deze fase is er op non-verbaal en gedragsniveau nog wel communicatie mogelijk.
Dat betekent dat je het gesprek stopt, zorgt voor veilige lichaamstaal door je bijvoorbeeld kleiner te maken. Verder zou je de persoon met autisme achter de Nintendo/computer kunnen zetten of naar een rustige prikkelarme ruimte brengen om tot rust te komen. Ook kan het zijn dat je iedereen bij hem of haar weghaalt. Bijvoorbeeld bij een escalatie op het schoolplein. Creëer rust en ruimte. Vermijd verder zoveel mogelijk prikkels. Prikkels zijn; aanraken, schouderklopje, praten, geruststellen, goedbedoelde woorden….. Zodra de persoon terug is in fase 1 kun je bespreken waar het mis ging en afspraken maken hoe hij of zij om hulp kan vragen als hij merkt dat zijn of haar hoofd vol loopt. Wanneer prikkels blijven binnenkomen en de persoon niet tot rust komt bestaat het risico dat hij of zij doorschiet naar fase 3.

Fase 3. In deze fase is de persoon met autisme niet meer aanspreekbaar.Degene is zo angstig/verward en overprikkeld dat het overlevingsmechanisme het overneemt. In deze fase kan de persoon met autisme in zijn/haar paniek en angst een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving zijn. Het contact met de werkelijkheid is verdwenen.
Er treedt een reactie op in de vorm van verstijven, vluchten of vechten. Hij of zij zal reageren op elke prikkel die binnenkomt, alsof er levensgevaar is. Rust en veiligheid bieden is het enige wat je nog kunt doen totdat de persoon weer tot zichzelf komt. Wanneer een persoon een gevaar is voor zichzelf of zijn omgeving zorg er dan voor dat de persoon uit de omgeving wordt weggehaald. Nog beter haal de omgeving weg bij de persoon.
In ieder geval is het van belang om alle prikkels weg te halen zodat hij/zij tot rust kan komen. Hoe lang dit duurt is per persoon verschillend.

De meeste mensen vinden het heel bedreigend om vastgehouden te worden en kunnen daardoor zeker niet tot rust komen. Door het vasthouden blijf je prikkels toedienen die ervoor zorgen dat de persoon in deze toestand blijft.

Zodra degene met autisme tot rust is gekomen en zich weer veilig voelt is er een gesprek mogelijk en kun je samen onderzoeken wat de aanleiding tot de escalatie was en onderzoeken hoe je dit in de toekomst voor kunt zijn.

Ook is het raadzaam dan ook af te spreken wat de do’s en don’t zijn voor de omstanders tijdens fase 3. 
Het spreekt voor zich dat dit per persoon verschillend is!

Terug naar het overzicht