Poeh, wat een mooi verhaal las ik zojuist op LinkedIn. Je zou bijna hopen dat het waar was. Het is taalkundig gezien wel een heel knap verhaal.
Het knappe aan dit verhaal is namelijk niet wat er gebeurt, maar hoe het is geschreven. Je leest een plaats, namen, een geboortegewicht, een exact tijdstip, een arts die een uitspraak doet en een ontroerend einde.
De toegepaste linguïstiek kent een groot aantal taalpatronen die onze interpretatie van een tekst beïnvloeden. Framing bijvoorbeeld. Vanaf de eerste regels zien we een slimme Moss als beschermer. Er is een beroep op autoriteit; een arts bevestigt precies datgene wat we inmiddels zijn gaan geloven. Er is schijnzekerheid; de vele details geven het verhaal een gevoel van echtheid, terwijl details op zichzelf niets bewijzen. Ook de volgorde van het verhaal speelt een belangrijke rol. Gebeurtenissen worden zo achter elkaar verteld dat oorzaak en gevolg vanzelf logisch lijken. Tegelijkertijd krijg je alleen die informatie die het verhaal ondersteunt; alternatieve verklaringen ontbreken. En misschien wel het mooiste taalpatroon hier is de implicatuur: de belangrijkste boodschap wordt niet uitgesproken, maar ontstaat vanzelf in het hoofd van de lezer. Nergens staat immers dat de kat wist dat de baby zou stoppen met ademen. De schrijver heeft ons brein precies de juiste informatie gegeven om deze conclusie, en waarschijnlijk nog veel meer conclusies, zelf te trekken.
Bij een verhaal over een kat maakt dat misschien niet zoveel uit. Maar wat als er precies dezelfde of andere taalpatronen in een #jeugdzorgdossier staan…?
In september geven Ingrid de Jong en ik weer de training Taal als Tool. Je ontdekt hoe taal ons denken beïnvloedt en hoe kleine, vaak onbewuste taalkeuzes grote gevolgen kunnen hebben. Een dossier bestaat niet alleen uit feiten. Ook de manier waarop die feiten worden opgeschreven, stuurt ongemerkt de lezer. Soms ontstaat daardoor een beeld dat niet volledig door de feiten wordt gedragen. Het is juist de optelsom van al die kleine taalpatronen die een dossier, rapport of verhaal onbewust een bepaalde richting kan geven. In de training leer je die patronen herkennen, zodat je ze bewuster kunt gebruiken en in de teksten van anderen kunt ontdekken. Natuurlijk krijg je ook onze reader van maar liefst 80 pagina’s vol uitleg, voorbeelden en oefeningen.
De babyfoon legde iets vast wat niemand kon verklaren. Zes nachten lang weigerde hun kat de wieg te verlaten. Op de zevende nacht begrepen ze eindelijk waarom.
In een rustige plattelandsgemeenschap in Zuid-Ontario nam een jong stel midden februari hun eerste baby mee naar huis. Een klein meisje genaamd Hollis, vijf weken te vroeg geboren, 2,1 kilo. De artsen zeiden dat ze klein maar gezond was. Ze gaven haar een monitor mee “voor de zekerheid”.
Ze hadden ook een kat. Een 9-jarige grijze kortharige kater genaamd Moss, drie winters eerder geadopteerd uit het asiel. Hij was nog nooit in de buurt van een baby geweest. Ze waren nerveus. De eerste twee weken hielden ze de deur van de babykamer gesloten.Op nacht 15 duwde Moss de deur open met zijn schouder. Hij sprong in de wieg. Hij ging aan het voeteneinde van het matras liggen, ver van de baby, en bewoog niet tot de ochtend.
Ze probeerden hem tegen te houden. Hij kwam terug.
Op de derde nacht zei de moeder dat er iets op de babyfoon niet klopte. Moss sliep niet. Hij keek naar Hollis. Om de paar minuten stond hij op, liep naar haar borst, legde zachtjes één poot op haar ribbenkast en wachtte. Daarna ging hij weer liggen.Hij deed dit 14 keer per nacht. Ze telden het.
Op de zesde nacht, om 02:47 uur, schoot Moss plotseling overeind en begon te miauwen , luid, scherp, dringend. Dat had hij nog nooit gedaan. De moeder rende naar binnen. Hollis was bleek. Haar lippen waren blauwachtig. Ze was gestopt met ademen.De ambulancebroeders noemden het een bijna-SIDS-incident. Ze zeiden dat ze haar nog 90 seconden hadden en dat ze haar anders verloren zouden hebben. De arts in het streekziekenhuis zei iets wat de ouders nooit zullen vergeten:
“Katten kunnen hartritmes horen die mensen niet kunnen. Hij wist het eerder dan jullie monitor.”Moss is nu 9. Hij heeft een klein inkepinkje in zijn linkeroor van een gevecht lang voordat ze hem adopteerden. Hij slaapt 18 uur per dag. Maar elke avond om 22:00 uur klimt hij nog steeds in Hollis’ wieg. Hij legt nog steeds zijn poot op haar borst. Hij telt nog steeds haar ademhalingen.
Hollis is 14 maanden oud. Haar eerste woord was niet “mama”. Het was niet “papa”.
Het was “Moss”.Sommige beschermers dragen geen uniform. Sommigen vragen er niet om gekozen te worden. Ze verschijnen gewoon, stilletjes, en besluiten — zonder dat iemand het zegt — dat dit kleine leven het hunne is om te beschermen.
Dank je, Moss. Voor die 14 keer per nacht. Voor die 90 seconden. Voor alles.


