Waarom een Maatje op Poten bij autisme

Geplaatst op door in de categorie Algemeen

Wat is een Maatje op Poten?

Een Maatje op Poten is een hond die in een situatie woont waar hij/zij begeleiding biedt aan een volwassene of kind. Dit kan op allerlei gebieden zijn, bijvoorbeeld: depressie, angsten, overprikkeling, ptss. Belangrijk is dat wordt gekeken of de hond geschikt is voor deze functie, niet elke hond is hiertoe in staat en niet elke hond kan dit aan.

Een Maatje op Poten kan zowel een ‘gewone huishond’ zijn die speciaal uitgezocht en getraind wordt om te helpen als een officiële hulphond. Het verschil is dat een hulphond ook getraind wordt om overal mee naar toe te gaan en in alle openbare ruimtes is toegestaan. Dit kan alleen vanuit een stichting die deze honden opleidt. (zoals stichting Saac waar ik voor werk)

Wat doet zo’n hond dan?

Omdat de klachten waarbij een maatje ingezet wordt zo divers zijn, is het ook heel verschillend wat de hond moet leren. De hond leert dus geen vast takenpakket maar alleen dat wat nodig is voor een specifiek persoon. De cliënt kan vaak zelf goed aangeven waar hij behoefte aan heeft, er kan ook overlegd worden met vaste begeleiders/hulpverleners of ouders/familie.

Een goede basistraining is belangrijk, een hond die niet luistert geeft juist stress.

Wat elke hond bied is een ritme aan de dag. Een hond moet uitgelaten worden, eten, spelen en slapen. Hierdoor leer je om voor iemand anders te zorgen en verantwoordelijkheid te dragen. De drempel naar buiten wordt verlaagd en je wereld wordt groter. Buiten met je hond krijg je ook vaker aanspraak, mensen willen een praatje maken of stellen vragen over je hond.

  • De hond wordt een maatje waaraan je alles kunt toevertrouwen, hij zal niet oordelen en wil altijd bij je blijven. Het opbouwen van een onvoorwaardelijke band en vriendschap geeft een goed gevoel.
  • Door met begeleiding zelf je hond op te voeden leer je grenzen stellen en consequent te zijn. Je leert over je lichaamstaal en over wat je uitstraalt, de hond zal daar sterk op reageren. Misschien nog wel het belangrijkst is dat je leert samenwerken, jij leert de hond te begrijpen en hij jou. Al deze sociale vaardigheden zullen je in het ‘echte leven’ ook van pas komen, het oefenen met de hond voelt vaak veiliger dan met mensen.
  • Ook leer je met de hond omgaan met veranderingen en onverwachte situaties. Je hond gaat dagen hebben dat hij ineens niet luistert, een puppy moet tussen de vaste tijden door uitgelaten worden en als het regent is het misschien handiger om iets later te gaan wandelen.

Daarnaast kan een hond leren om te reageren op emoties zoals angst, verdriet of woede. De hond voelt dit vaak van nature al aan maar weet meestal niet hoe hierop te reageren. Dit kan getraind worden, de hond kan bijvoorbeeld leren bij je te komen liggen of contact te maken op die momenten.

Maatje bij autisme

Ik ben ervan overtuigd dat alle hierboven genoemde effecten ook kunnen helpen bij autisme. Zeker het leren van sociale vaardigheden en het opbouwen van een vriendschap, het dragen van verantwoordelijkheid en uit het sociale isolement komen zijn belangrijke aspecten die bijdragen aan ontwikkeling.

Veel mensen met autisme ervaren spanningen op het moment dat ze naar een onbekende situatie of plek gaan. Als hun maatje daarmee naartoe kan voelt dat vertrouwd en geeft het steun. Door dan een succeservaring op te doen groeit het zelfvertrouwen.

Daarnaast hoor ik vaak vooral bij kinderen met autisme dat er momenten zijn van enorme boosheid of overprikkeling waarbij weinig helpt. Contact met een hond heeft meestal als effect dat deze buien veel sneller overgaan.

“Een cliënt van 11 zei laatst tegen zijn hond: jij begrijpt mij tenminste!”

Een hond oordeelt niet en zal niks verder vertellen aan anderen, dat voelt veilig. Het aaien van een hond heeft als effect dat we oxytocine aanmaken. Dit werkt stressverlagend en zorgt dat onze hartslag en bloeddruk daalt. Dat kan verklaren waarom een kind sneller uit een boze bui komt als de hond steun komt bieden.

Het is voor kinderen fijn om te weten dat er iets is wat helpt om uit zo’n bui te komen.

Kan een gewone hond dit ook?

Sommige honden hebben het van nature in zich om te reageren op emoties en hierbij steun te geven. Dit komt niet vaak voor, en het feit dat de hond emoties aan kan voelen wil nog niet zeggen dat de hond dit zelf ook aankan. Het aanvoelen van emoties kan ook spanning geven bij de hond, die hierdoor zelf overbelast kan raken.

Het is daarom heel belangrijk dat een hond wordt getest om te kijken of de hond een speciale taak aankan en hier aanleg voor heeft. Dit kan al bij pups vanaf 7 weken getest worden.

Emotieballen

Voor sommige kinderen is het heel moeilijk om over emoties te praten of om die te herkennen. De Emotieballen kunnen een mooi middel zijn om het gesprek hierover aan te gaan.

Door samen met de hond met de ballen te spelen kan dit spelenderwijs waardoor dit op een prettige, veilige manier gaat.

  • Vraag je kind bijvoorbeeld op meerdere momenten van de dag om een bal te pakken die past bij het gevoel op dat moment. Daarmee mag met de hond worden gespeeld, op die manier mag bijvoorbeeld verdriet of boosheid er ook zijn. Dit is een mooie manier om meer bewust te zijn van hoe je je op dat moment voelt, en dat te accepteren.
  • Om het gesprek over emoties te openen kun je het ook omdraaien, laat de hond een bal kiezen en ga over die emotie in gesprek. Wanneer is de hond blij/boos/verdrietig? Wanneer ben jij dat? Wanneer is papa,mama,etc dat?

Het eerst benoemen van de emoties van de hond schept veiligheid voor het benoemen van de eigen emoties.

De gezichtjes op de ballen zijn natuurlijk niet hetzelfde als menselijke gezichtsuitdrukkingen. Ze zijn op meerdere manieren te interpreteren. Het is dan ook belangrijk om dit goed te bespreken, wat voor emotie vindt het kind dat de bal aangeeft? Misschien associeer jij een gezichtje met angst maar associeert het kind dit met heel iets anders.

Willemien van Houwelingen en Jip
www.maatjeoppoten.nl

Terug naar het overzicht